Vissen en viskwekerijen

25-03-2020

Industriële doden

Industrieel vissen is extreem brutaal en decimeert het aantal vissen. Ongeveer een kwart van de vangst wordt gedumpt in de zee. Een derde van de vangst eindigt als vismeel of olie, wat onder andere gebruikt wordt als veevoer of voer voor andere vissen of schaaldieren. Jaarlijks is de visserij verantwoordelijk voor de dood van miljarden vissen, een dood die allesbehalve snel en pijnloos is.

Een meedogenloze jacht

Bij het vissen met sleepnetten jaagt een vissersboot op een school vissen met een gigantisch net. Meestal wordt een zware ketting aan het net bevestigd, welke over de zeebodem wordt gesleept om zo de dieren te desoriënteren en op te jagen. Wat achterblijft is een volledig verwoest onderzees landschap. De vissen zijn zo in paniek dat ze blijven zwemmen tot ze compleet zijn uitgeput. Uiteindelijk raken ze allemaal verstrikt in het net waar ze soms meerdere uren op elkaar gepakt blijven zitten terwijl ze diverse kwetsuren oplopen door afval en stenen die door het net werden opgeschept. Vele vissen zijn zo zwaar gewond en samengedrukt dat ze zelfs niet meer kunnen ademen.

Door de snelle stijging van het net naar de oppervlakte zorgt de decompressie ervoor dat hun zwemblaas ontploft, dat hun ogen uit hun kassen springen of dat hun maag en/of slokdarm uit hun mond wordt geperst.

Kleinere vissen worden vervolgens in het ijs gegooid waar ze sterven door verstikking of verpletterd worden door de lagen vis die erboven op worden gegooid. Grotere vissen worden meestal bij volle bewustzijn uit het water gehaald. De ongewenste bijvangst wordt gewoon over boord gekieperd, meestal met een riek.

Dodelijke vallen

In de val (sleepnetten)

Sleepnetten worden meestal gebruikt om kleine vissen te vangen die in redelijk ondiep water zwemmen (sardines, ansjovis, haring, tonijn, …). De trawlers laten verticale netten (soms van meer dan een kilometer lang) in zee die zich rond een school vissen sluiten. Deze 100 meter diepe netten sluiten zich rond de school vissen die dan aan boord worden gehesen. De vissen worden meestal gedumpt in vloeibare pekel die net onder het vriespunt wordt gehouden. Vele vissen worden verpletterd of stikken op die manier. De anderen sterven door thermische shock.

Gevangenen van het net (kieuwnetten)

In één voormiddag kan de bemanning van een vissersboot zo’n 3 kilometer kieuwnetten uitzetten. Deze netten hangen zo’n 30 meter van het oppervlak naar beneden. Vissen merken dit niet op en zwemmen in het net. Als ze zich proberen los te trekken raken ze met hun kieuwen verstrikt in de mazen. Ook hier stikken veel vissen, terwijl anderen door het spartelen zichzelf ernstig kwetsen en doodbloeden. De netten worden niet dagelijks opgehaald zodat vissen soms dagenlang hevige pijn moeten ondergaan. Veel van deze vissen worden aangevallen door parasieten of andere vissen. Als het net eindelijk aan boord wordt gehaald, worden de vissen met een haak uit de mazen getrokken.

Onmetelijk lijden en dood

Vissen met lange lijn: urenlange marteling

Deze lange lijnen (longlines) kunnen ettelijke kilometers lang zijn en hangen vol met aashaken. Ze liggen op de bodem van de zee, op mid-level of dicht bij de oppervlakte om zo grotere vissen te kunnen vangen (tonijn, zwaardvis, haai…), maar ook kleinere vissen. Vele vissen slikken de vishaak in en trekken vervolgens hun eigen slokdarm of maag kapot als ze zich proberen los te werken. Omdat veel van deze lijnen soms pas na vele uren of dagen worden ingehaald is het voor de vissen een lange lijdensweg.

Bijvangst

Ongeveer 25% van de gevangen vis wordt terug in het water gegooid, dood, gekwetst of uitgeput, omdat ze te klein zijn of niet gewenst. Deze slachting gaat in stijgende lijn want, door de instandhoudingsmaatregelen werden er quota opgelegd qua grootte en hoeveelheid vissen. Jonge vissen worden nog steeds gevangen maar worden gewoon terug in zee gegooid, meestal dood.

Als de quota voor één soort worden gehaald, worden alle vissen van deze soort weggegooid naarmate de visserij verder gaat met quota voor andere soorten.

Overbevissing : uitroeiing

We spreken van overbevissing wanneer de vangst zo dodelijk wordt dat volledige vispopulaties er niet langer in slagen zichzelf opnieuw te bevolken en afglijden naar totale uitsterving.

Zowel economen als ecologen waarschuwen voor een instorting van “visbestanden”. In werkelijkheid is de slachting al overgegaan in uitroeiing. In 1974 was 10% van het visbestand overbevist, in 2011 was dit reeds 30% en was zo’n